Autoverzekering
Enkele maanden geleden had ik een ongeval met mijn auto. Ik was niet in fout, de tegenpartij duidelijk wel, en toch heb ik van hen nog geen geld ontvangen. Dat is toch niet normaal? Kan mijn verzekering dan niets doen?
Als u geld moet krijgen van de tegenpartij, verlaat u in feite het terrein van de verplichte autoverzekering. Die dekt alleen uw burgerlijke aansprakelijkheid: ze vergoedt de schade die u met uw wagen toebrengt aan anderen. Ze zal dus niet tussenbeide komen als u zelf het slachtoffer bent van een ongeval.
Daarom hebben de meeste autobestuurders ook een verzekering Rechtsbijstand. Die verdedigt onder andere uw belangen als een ander aansprakelijk is. Zoals in dit geval: de tegenpartij is duidelijk aansprakelijk maar wil niet over de brug komen.
Zonder een verzekering Rechtsbijstand moet u zelf de tegenpartij aanspreken.Zelf brieven schrijven, uw tijd erin steken. Om nog te zwijgen van het geld als u wilt procederen. Uw verzekering Rechtsbijstand neemt die tijdrovende en specifieke bezigheid van u over. In de eerste plaats zal ze trachten de tegenpartij tot andere gedachten te brengen: ze zal ‘in der minne’ de schadevergoeding vorderen. Lukt dat niet, dan komt het wellicht tot een proces. Waarbij u vrij uw advocaat kunt kiezen, betaald door uw verzekering.
Maar in een goede verzekering Rechtsbijstand zit nog meer. Eén voorbeeldje: u moet voor de rechtbank verschijnen omdat u een verkeersovertreding beging en u wilt de aanklacht betwisten. Uw Rechtsbijstand helpt: u kiest vrij een advocaat om u te verdedigen. Dat kunt u steeds bij een overtreding van het verkeersreglement, zelfs al is er geen ongeval gebeurd.
Het gaat met een verzekering Rechtsbijstand zoals met uw wagen zelf: zolang uw auto zonder problemen bolt, maakt u zich geen zorgen. Maar als er iets hapert, dan hebt u een vakman nodig.
Rechtsbijstand lijkt op het eerste gezicht ook iets wat u niet meteen nodig hebt. Tot u een ongeval hebt of een verkeersboete riskeert. Dan bent u blij dat er specialisten klaarstaan om uw rechten te verdedigen.
Mag ik mijn voertuig ook gebruiken voor mijn werk?
Als u een autoverzekering sluit, dient u op te geven waarvoor u het voertuig gebruikt: is het enkel voor privé-doeleinden of ook voor beroepsdoeleinden. Deze keuze wordt vermeld in uw polis.
Wat betekenen de begrippen ‘privé-gebruik’ en ‘beroepsgebruik’?
Privé-gebruik betekent dat u het voertuig alleen mag gebruiken voor privé-doeleinden, dus niet voor uw beroep. U mag wel naar het werk rijden en terug naar huis. Het is echter niet toegestaan tijdens het werk opdrachten voor de werkgever uit te voeren. Denk bijvoorbeeld aan handelsreizigers of buitendienstpersoneel van een firma. Nochtans bestaat op deze regel een beperkte uitzondering. Als u in opdracht van uw werkgever met uw auto, motorfiets of bromfiets slechts af en toe de weg op moet, dan volstaat het dat er in uw polis ‘privé-gebruik’ genoteerd staat. De meeste verzekeraars beschouwen ‘af en toe’ als minder dan 2.000 km per jaar. We geven u echter de goede raad uw verzekeraar daarover klaar en duidelijk in te lichten.
In uw polis staat ‘beroepsgebruik’ als u behoort tot de buitendienst van een firma. Of als u zelfstandige bent en uw voertuig gebruikt voor uw beroep. Ook als u met uw wagen meer dan 2.000 km per jaar rijdt in opdracht van uw werkgever, valt u onder het begrip ‘beroepsgebruik’.
Tip: gebruikt u uw voertuig voor uw beroep, en staat er toch ‘prive-gebruik’ vermeld in uw polis, dan kunt u best uw verzekeringsmaatschappij verwittigen. Hierdoor zal de premie weliswaar stijgen (tenzij het om een motorfiets of bromfiets gaat), maar normaal neemt de werkgever deze meerpremie ten laste. Hij geeft u immers de opdracht om uw wagen te gebruiken voor uw beroep.
Vanaf welke leeftijd ben ik volledig verzekerd als autobestuurder?
Zodra u aan de wettelijke vereisten voldoet. Dat betekent dat u minimum 18 jaar oud bent en een rijbewijs bezit.
Let wel: voor jonge bestuurders, en dan bedoelen we iedereen onder de 23 jaar, kan de verzekeraar een speciale regeling voorzien bij ongeval. Die bestaat erin dat ze zelf een deel van de veroorzaakte schade moeten betalen. Dit zogenaamde ‘verhaalrecht tegenover jonge bestuurders’ bedraagt maximum 148,74 euro per schadegeval. Deze wettelijke mogelijkheid wil sommige jeugdige bestuurders, die wat overmoedig zouden zijn, tot meer voorzichtigheid aanmanen, door hen zelf een deel van de schade te doen betalen.
Ik vervoer dikwijls vriendjes van mijn kinderen. Moet ik hiervoor iets speciaals doen?
Of het nu om kinderen of volwassenen gaat, u moet geen speciale maatregelen treffen. Toch neemt u best een aantal veiligheidsregels in acht.
Hoeveel mag u er vervoeren ?
Het verkeersreglement bepaalt dat er niet meer mensen in een auto mogen zitten dan er zitplaatsen zijn. Dit betekent vijf in totaal voor een personenauto : twee vooraan en drie achteraan. Ook voor kinderen geldt sinds 1 september 2005 deze regel.
Wat met de autoverzekering?
Als u de toegelaten verhoudingen naleeft, kunnen bij ongeval al uw passagiers vergoed worden - of het nu om uw kinderen gaat of niet. Uw verplichte aansprakelijkheidsverzekering dekt alle lichamelijke schade die de inzittenden lijden. Enige schaduwzijde: als bestuurder bent u nooit gedekt. Tenzij u over een verzekering Verkeer beschikt.
Indien er te veel passagiers in uw wagen zaten op het ogenblik van het ongeval, heeft de verzekeraar het recht een deel van de uitgekeerde schadevergoeding terug te vorderen. De regel om het aantal passagiers te berekenen verschilt echter van die van het verkeersreglement. En de verzekeraar mag de vergoeding alleen terugvorderen als de regel van het verkeersreglement ruim overschreden werd.
Wie mag eigenlijk met mijn voertuig rijden?
Iedereen die een geldig rijbewijs heeft. U als eigenaar, een gezinslid, een vriend, een kennis. Als de wagen echter gestolen wordt, zal uw autoverzekering de burgerlijke aansprakelijkheid van de dief niet dekken. Dat is de uitzondering.
Als iemand anders met uw wagen rijdt en een ongeval veroorzaakt waarbij uw wagen beschadigd wordt, dan moet hij zelf de schade aan uw wagen vergoeden. Het gaat hier immers om contractuele aansprakelijkheid: iemand die iets leent of huurt, moet het in dezelfde staat terugbrengen. Met een omniumverzekering wordt deze situatie anders. In dat geval zal uw verzekeraar de schade aan uw wagen vergoeden en ze niet terugvorderen van de bestuurder. Die zal nog wel het bedrag van de franchise moeten betalen die steeds bij een omnium voorzien is.
Die franchise is een vooraf overeengekomen bedrag dat altijd ten laste van de verzekerde blijft. Ze heeft een dubbel doel: de verzekerde aansporen om voorzichtig te rijden en de premie binnen de perken te houden.
Waartoe dient een omniumverzekering?
Hebt u een ongeval ‘in fout’, dan zal uw verzekering ‘burgerlijke aansprakelijkheid’ de tegenpartij vergoeden. Maar wat met uw eigen wagen ? Die brokken zal u zelf moeten betalen. Tenzij u een omniumverzekering neemt.
Of stel dat u door verstrooidheid in de sloot sukkelt of tegen uw garagepoort aanbotst. Ook dan zal een omniumpolis u flink ter hulp komen en de schade aan uw wagen vergoeden.
Komen ook in aanmerking: kapotte ruiten, allerlei natuurrampen, vervoer per spoor, per schip en zelfs per vliegtuig.
Een omnium, meer bepaald de waarborg Eigen Schade, vergoedt hier de schade. Daarnaast kunt u uw wagen ook verzekeren tegen brand en diefstal.
De drie waarborgen samen - Eigen schade, Brand, en Diefstal - geven u een ‘volledige omnium’. Er gaat inderdaad geen dag voorbij of er worden voertuigen gestolen. Voertuigen branden ook vaker uit dan sommigen denken.
U kunt ook een ‘beperkte omnium’ nemen. Dan is uw wagen verzekerd tegen brand en diefstal, maar ook bij glasbreuk, beschadiging door natuurkrachten en bijkomende gevaren zoals aanrijding met wild of loslopende dieren en kettingbotsing.
Is een omniumverzekering altijd interessant? De waarde van de wagen vermindert en de premie blijft dezelfde!
Een omniumverzekering is niet goedkoop. Vooral de prijs van de waarborg Eigen Schade ligt vrij hoog. De premie wordt berekend op de cataloguswaarde van het nieuwe voertuig. Een nieuwe wagen aankopen is vandaag de dag een dure aangelegenheid. Anderzijds daalt de waarde van een voertuig relatief snel. Om u te beschermen tegen die snelle waardevermindering kunt u uw auto verzekeren in een voordelig vergoedingssysteem: de ‘aangenomen waarde’. Dan wordt de vergoeding bij totaal verlies geregeld volgens een vastgestelde afschrijvingstabel.
Terwijl uw wagen in waarde daalt, blijft de premie dezelfde. Waarom? Gewoon omdat de tarieven berekend worden op basis van de gemiddelde waarde van de wagen tijdens de eerste jaren. Bovendien leidt het merendeel van de ongevallen niet tot een ‘totaal verlies’ (een ‘perte totale’), maar tot herstellingen. Nu zijn de herstellingskosten even hoog voor een oude als voor een nieuwe wagen. De uit te keren vergoedingen zijn dus grotendeels onafhankelijk van de ouderdom van de wagen.
Wat betekent de zogenaamde ‘franchise’ in mijn omnium?
Een franchise - men noemt het ook wel ‘vrijstelling’ - is een bedrag dat ten laste blijft van de verzekerde. Het kan gaan om een vast bedrag, maar vaak wordt het ook uitgedrukt in een percentage van de cataloguswaarde.
De franchise heeft eigenlijk een dubbel doel:
· enerzijds de verzekerden ertoe aanzetten om voorzichtig te rijden;
· anderzijds de premie voor de omniumverzekering betaalbaar houden; zonder franchise zou de omnium ongetwijfeld veel meer kosten.
Vroeger bestond de franchise vrijwel alleen voor de waarborg Eigen Schade. De laatste jaren vindt u ze ook terug in de waarborg Diefstal: dat heeft alles te maken met de plaag van autodiefstallen. Naast het voorkomen van de diefstal - denk aan de verplichting een alarminstallatie in de wagen te plaatsen - zijn verzekeraars vaak gedwongen om een franchise in te voeren, willen ze de waarborg Diefstal nog verder kunnen aanbieden.
Is de inboedel van een auto ook in de omniumverzekering begrepen?
Zijn verzekerd in omnium: het noodzakelijke toebehoren, zoals het blusapparaat en het mistachterlicht. De autoradio, mistlampen vooraan, siervelgen of andere accessoires zijn niet sowieso verzekerd. In een omniumverzekering gaat de verzekeraar uit van de waarde van de wagen zonder toebehoren. Als u het toebehoren toch wilt verzekeren, zult u daarvoor moeten betalen.
Wat in uw wagen ligt, is niet gedekt door de omniumverzekering. De lederen jas, het fototoestel, de boeken bijvoorbeeld, zijn niet verzekerd.
Vanzelfsprekend liggen de kaarten anders als er een tegenpartij aansprakelijk is voor de schade aan de auto, de mistlichten of uw fototoestel. Dan zal haar verzekeraar alle schade volledig moeten vergoeden. Maar dan zitten we op het terrein van de verplichte autoverzekering.
Moet ik altijd aangifte doen bij mijn verzekeringsmaatschappij?
Ja. De betrokken partijen moeten zo snel mogelijk en uiterlijk binnen acht dagen bij hun verzekeraar aangifte doen van hun ongeval. Dan kunnen de verzekeraars onmiddellijk een dossier aanleggen en de eerste stappen zetten in een soms omslachtige procedure van een dossier aanleggen, de tegenpartij in gebreke stellen tot een expert aanstellen.
Om alles sneller te laten verlopen, hebben de verzekeringsmaatschappijen een eenvormig aanrijdingsformulier opgesteld. Omdat het ook in andere Europese landen bestaat, noemt men het “Europees aanrijdingsformulier”.
De voorkant: samen invullen
Bent u betrokken bij een ongeval, vul dan steeds de voorkant van dit formulier in. Onderteken allebei (!) op de daarvoor voorziene plaatsen.
Als de voorkant volledig en duidelijk is ingevuld, laat u één exemplaar aan de tegenpartij. Het andere blad neemt u mee naar huis, om bijkomende gegevens erop te vermelden. Opgelet, op de voorkant mag dan niets meer bijgevoegd of aangepast worden, na tekening van beiden partijen . U kunt er natuurlijk ook meteen mee naar uw verzekeringsconsulent stappen.
De achterkant: alleen invullen
Deze inlichtingen zijn nodig om de waarborgen te kunnen nagaan en het dossier verder te beheren (expertise, herstelling, …). Vul daarom alle rubrieken duidelijk en volledig in.
Een goed ingevuld formulier garandeert meestal een snellere afhandeling van het schadedossier.
Tip:
Laat uw verzekeringsconsulent alles nog eens nakijken, hij kan als vakman nog eens nakijken of uw aangifte volledig is.
Kan ik bij een ongeval er best de politie bijhalen of is dat niet nodig?
Om hierop te antwoorden maken we een onderscheid tussen twee mogelijkheden:
1. Als er bij het verkeersongeval gewonden zijn, uzelf of iemand anders, dan bent u wettelijk verplicht de politie erbij te halen. Zelfs als u denkt dat de gezwollen voet of de gekneusde schouder wel gauw vergeten is, doet u er goed aan steeds de politie te vragen. De gekneusde schouder zou achteraf wel eens een inwendige bloeduitstorting met verwikkelingen kunnen zijn.
2. Als er alleen stoffelijke schade is, màg u de politie er bijhalen. Maar als u met de tegenpartij ter plaatse en onmiddellijk één en hetzelfde Europees aanrijdingsformulier invult en elk één exemplaar aan de verzekeraar overmaakt, dan is er in feite geen politie nodig. Is er echter betwisting over de feiten, dan roept u best onmiddellijk de politie op.
Twee gouden tips:
1. Laat u er niet toe verleiden om “ergens in een rustig cafeetje” of “straks” - na raadpleging van de verzekeringsbemiddelaar - het aangifteformulier in te vullen. Wie weet komt de tegenpartij dan niet met een heel ander verhaal voor de dag…
2. Of u er de politie bijhaalt of niet, vul altijd een Europees aanrijdingsformulier in en bezorg het zo snel mogelijk aan uw verzekeraar. Wat de politie ook beweert, vul het in. Zij maakt immers enkel een proces-verbaal op, ze doet geen aangifte bij de verzekeraar.
Zorg dus steeds dat u een Europees aanrijdingsformulier in de wagen hebt liggen. U krijgt het samen met uw polis; na elke aangifte ontvangt u van uw verzekeringsmaatschappij een nieuw exemplaar.
Bel het noodnummer voor DVV Assistance:
Vanuit België : 0800/93.300
Vanuit het buitenland: internationaal landnummer/32/2/2867286
Of stuur ons een e-mail: assistance@mondial-assistance.be